Publicaties

Door Alex de Vries 2008

“Aurora borealis
The icy sky at night
Paddles cut the water
In a long and hurried flight
From the white man
to the fields of green
And the homeland
we’ve never seen.”
(Neil Young, ‘Pocahontas’)

De schilderijen van Lydia Lambrechts (Roosendaal 1968) laten iets zien wat voorbij het afgebeelde ligt. Het kijken naar deze schilderijen betekent dat je in een omgeving wordt opgenomen die je het zicht biedt op iets anders dan het schilderij als zodanig. Je moet niet naar het schilderij kijken, maar in het schilderij kijken. Er ligt iets verscholen en om dat te bereiken moet je een heuvel over, een rivier af, een pad inslaan, een huis in, aan boord gaan. Dat zie je allemaal voor je liggen in deze schilderijen. Daarin ligt het beeld dat de schilder voor ogen heeft. Als er mensen in haar werk voorkomen, zie je die meestal op de rug. Je komt er al snel achter dat ze jou als kijker heeft geschilderd. Je bent in haar schilderij op weg naar iets, wat buiten je gezichtsveld blijft als je er niet in dat schilderij naar op zoek gaat.

Er is een gebied dat je alleen vanuit de door Lydia Lambrechts geschilderde landschappen kunt bereiken. Daarvoor moet je door het schilderij heen kijken. Je moet er een aanwezigheid vinden. In alle verlatenheid die haar schilderijen zo kenmerkt, is die aanwezigheid voelbaar. Je ziet er een glimp van terug in desolate bewoningen, het licht van een olielamp in een boot, een oranje waas in een barak, flakkerend licht in een provisorisch onderkomen, maar ook in reflectie op water, in een schittering op het ijs, een glinstering in bevroren sneeuw, een heiige waas in de lucht. Het zijn nooit plekken voor permanent verblijf, maar vertrouwde rustplaatsen op een doortocht. Ze maken duidelijk dat je veel achter je moet laten om er te komen en dan ben je nog nergens, je moet verder, hier doorheen.

In de schilderijen van Lydia Lambrechts overheerst een stilte. Een ijzige stilte, ben je geneigd te denken omdat de landschappen winters, ijzig en schraal zijn, maar juist die stilte is de warmtebron waar je je als kijker aan kunt laven. Het is de beloning voor het kijken door de oppervlakte en de uiterlijkheden heen.

Het werk van Lydia Lambrechts is in lagen opgebouwd, geschilderd in transparante olieverf. Ze stelt haar werk samen uit beelden die ze in eindeloze reeksen verzamelt en die ze op haar eigen wijze ordent en rubriceert. Voor een buitenstaander zit er niet veel samenhang in. Die ontstaat dan ook pas als ze haar schilderijen maakt. Er is altijd maar één vraag: wat steekt erachter? Als dit wordt geschilderd, wat is er dan niet geschilderd, wat ligt er achter? Daar biedt Lydia Lambrechts zicht op.

Het eigenaardige aan deze schilderijen is dat ze niet ‘iets’ laten zien. Ondanks dat alles te benoemen is, wordt het nooit helemaal concreet. Vanzelfsprekend: het zijn noordse landschappen, met soms wat schaarse bebouwing, en nog schaarser zo nu en dan wat mensen die op weg zijn en net even rusten. Op zichzelf aangewezen zijn ze, ook als ze gezelschap hebben. Wat je vooral ziet is een compositie die eindeloos is hernomen, die opnieuw is begonnen om greep te krijgen op wat er nog niet te zien is, maar waarvoor je wel eerst door dit schilderij heen moet. Wat je eigenlijk wilt zien, wordt opgeschort. Je weet dat het er is, het ligt er in het schilderij. Het is halsreikend werk, je moet je uitstrekken om te willen zien wat net niet zichtbaar wordt. Je moet je blik verruimen.

De omgevingen die Lydia Lambrechts schildert, bestaan niet en je raakt in dat onbekende onmiddellijk verloren. Toch weet je in die schilderijen meteen waar je wilt zijn. Je kunt je hele leven ergens wonen zonder precies te weten waar je bent of wat je plaats is in de omgeving, in de ruimte en in de tijd. Het enige wat zeker is, is dat je alleen thuis bent in de vergetelheid.

Alex de Vries 2008